Rechtse politici praten plots over doorgeschoten marktwerking, een sturende overheid en een hoger minimumloon. Het zijn woorden zonder daden. Politici blijven vasthouden aan oude neoliberale stokpaardjes, zoals marktwerking in de woonsector, lage lonen en lage winstbelastingen en aan structureel wantrouwen tegenover afhankelijke burgers. Het zijn onbewezen recepten. Recepten die bovendien ernstige schade kunnen aanrichten, zoals bij het toeslagenschandaal. Maar toch domineren ze het economische debat en beleid.
Die dominantie mogen wij ook onszelf aanrekenen. Linkse partijen weten nog te weinig een echt aansprekende alternatieve maatschappijvisie uit te dragen. Zeker, op losse beleidsterreinen draagt links goede alternatieven aan. Maar het neoliberale paradigma - de diepgewortelde aannames en overtuigingen over hoe de economie werkt - krijgen we moeilijk omver. Een echt andere samenleving lijkt onmogelijk.
Toch voelen mensen dat het kapitalisme niet werkt. GroenLinks bewees dit in 2017 met de kritiek op het economisme, de neiging om alles te reduceren tot financiële vraagstukken. Nu is het tijd om door te pakken. We moeten het economisme voorbij en een hoopgevend perspectief bieden van een nieuwe economie die iedereen verrijkt.
Het goede nieuws is dat de bouwstenen klaarliggen. Overal ter wereld zijn linkse partijen aan het herbronnen. Het is aan ons als partij en beweging om die ideeën te verenigen in een aansprekend geheel. Dat is hard werken. Het vraagt een open gesprek waarin we onze overtuigingen in twijfel durven trekken en ideeën concreet handen en voeten geven. Met dit stuk willen wij een begin maken. Een eerste aanzet die we gezamenlijk verder zullen moeten uitwerken. We stellen vijf pijlers voor die de basis kunnen vormen onder een nieuwe welzijnseconomie.
1. Van jagen op groei naar echte waarde
Een nieuwe economie begint met het stellen van doelen. Meer dan een halve eeuw heeft één beleidsdoel centraal gestaan: economische groei. De onderbouwing klonk logisch. Zolang de bedrijvigheid groeit, is er genoeg geld om iedereen een goedbetaalde baan en toegankelijke publieke voorzieningen te bieden. Maar de jacht op groei sloeg zover door dat beleidsmakers steeds vaker kozen om regelgeving voor bedrijven te versoepelen en publieke voorzieningen te ontmantelen zodat de belasting omlaag kon en de bedrijfswinsten omhoog. Als bedrijven het geld maar hierheen haalden dan zou iedereen er op vooruitgaan. Meer welvaart, meer welzijn, zo was de gedachte.
Maar in welvarende landen is er nauwelijks nog een verband tussen welzijn en economische groei. Sterker nog, de Nederlandse economie is zover ontwikkeld dat verdere groei alleen mogelijk is als we interen op onze gezondheid en de wereld om ons heen. De opwarming van de aarde, het verlies aan biodiversiteit, het groeiende aantal burn-outs, het zijn allemaal uitwerkingen van ons economische systeem waarin het onttrekken en verzamelen van kapitaal centraal staat.
Inmiddels zijn we op een kritisch punt beland. We koersen af op een klimaatramp. Het uitsterven van diersoorten gaat nu al duizend keer sneller dan voor de industriële revolutie, het aantal wilde dieren is sinds 1970 gehalveerd en een miljoen diersoorten dreigen uit te sterven. Het komende decennium is onze laatste kans om dit te stoppen. Een fundamentele hervorming van onze economie is cruciaal.
Dit begint bij onze gezamenlijke doelen. Financiële welvaart kan niet ons einddoel zijn. We moeten ons focussen op welzijn. Op brede welvaart: financieel maar vooral ook ecologisch en sociaal-maatschappelijk. Gelukkig liggen de kaders klaar, neem het donutmodel van econoom Kate Raworth of de Monitor Brede Welvaart van het CBS.
Een focus op echte waarde vraagt wel om harde keuzes. Kiezen we voor de welzijnseconomie - een economie die slechts de hoeveelheid grondstoffen en energie verbruikt die de natuur kan dragen en die iedereen de goederen en diensten biedt om volwaardig te kunnen leven - dan is dat een radicaal besluit.
We zullen als land ons grondstoffengebruik en daarmee onze materiële consumptie drastisch moeten verlagen, bedrijfstakken moeten verkleinen die nutteloos zijn of waarde onttrekken en afscheid moeten nemen van gemakzuchtige pleidooien voor ‘groene groei’.
Toch is ons pleidooi voor de welzijnseconomie vooral een optimistisch verhaal. Zonder de groei-obsessie ontstaat er ruimte voor een ontspannen samenleving. Er is genoeg geld in Nederland, het is alleen ontzettend scheef verdeeld. Als we onze welvaart eerlijk delen en besteden aan zaken die we echt van waarde vinden, creëren we een economie waarvan iedereen de vruchten plukt.
2. Van besluiten via de onzichtbare hand naar een democratische economie
Deze nieuwe economie komt alleen van de grond als we ook de besluitvormingsstructuren herzien. Tot nu toe domineert een bestuursstijl die burgers niet benadert als onderdeel van een gemeenschap maar als geïsoleerde individuen. De burger als klant. Dit denken is diep geworteld in onze instituties. De overheid is haar burgers gaan wantrouwen.
Maar de onderliggende gedachte is ook dat als iedereen zijn eigen behoeften volgt en bedrijven worden vrijgelaten om in die behoeften te voorzien, de samenleving wel optimaal functioneert. Op basis van al die individuele behoeften ziet de markt beter wat wij als samenleving waarderen dan politici met hun incomplete kennis. Niet overleg en gezamenlijke besluitvorming maar de onzichtbare hand van de markt zou de ideale samenleving creëren. Voor maatschappelijke organisaties of burgercollectieven die zich onttrekken aan deze kapitalistische logica is geen ruimte. Je bent of marktpartij of overheid. En de taak van de overheid blijft beperkt tot het faciliteren van marktwerking en de vrije beweging van kapitaalstromen.
Deze maatschappijvisie is funest. We zijn als mens en burger zoveel meer dan klanten. We zijn sociale wezens die opbloeien als we vertrouwen krijgen en samenwerken. De miskenning hiervan vormt de basis voor de huidige maatschappelijke vertrouwenscrisis. Het Sociaal Cultureel Planbureau stelt dan ook dat Nederlanders het meest verlangen naar meer gemeenschapszin. Juist als gemeenschap krijgen we dingen gedaan. Veertig jaar vertrouwen op de vrije markt heeft niets opgeleverd. In al die jaren is geen enkele grote systeemwijziging doorgevoerd die het leven van mensen daadwerkelijk heeft verbeterd. Al onze publieke voorzieningen en sociale regelingen stammen uit de periode daarvoor, toen de overheid en maatschappelijke organisaties samen verantwoordelijkheid namen voor het algemeen belang.
In de welzijnseconomie die wij voorstellen, staat gemeenschappelijkheid centraal. Het is een democratische economie waarin mensen worden betrokken, gemeenschappen zeggenschap hebben en iedereen ook naar draagkracht wordt aangesproken op de eigen verantwoordelijkheden. Alleen zo kunnen we de uitdagingen van onze tijd aan. Nu al zien we de energietransitie op verschillende plaatsen vastlopen omdat burgers zich onvoldoende betrokken voelen en zien we grote bedrijven hun verantwoordelijkheid voor de klimaatcrisis ontlopen.
Concreet betekent ons pleidooi voor democratisering en gemeenschapsvorming het volgende. Voorzieningen die essentieel zijn voor ons welzijn halen we van de markt en laten we besturen door de gemeenschap. Denk aan wooncoöperaties volgens het oude ideaal van de corporaties, aan energiecoöperaties waarbij burgers de opbrengst van lokale energie delen, aan coöperatieve boerenbewegingen, gezamenlijk bestuurde kinderopvangcentra, gemeenschapstuinen, buurtbudgetten en gemeenschappelijk vastgoed.
Economische democratisering betekent ook dat we bedrijven weer verankeren binnen de samenleving. Bedrijven zijn geen beleggingsobjecten om alleen winst mee te maken. Het zijn collectieven van mensen die samen waarde creëren voor de samenleving. De leden van dat collectief, de werkenden, moeten dan ook een veel zwaardere stem krijgen binnen bedrijven. Bijvoorbeeld door hen een deel van de commissarissen te laten kiezen, zoals in Duitsland, of door werknemerscoöperatieven voorrang te geven op overheidsopdrachten. Verankering betekent ook dat wij als samenleving weer grip krijgen op bedrijven die hier opereren, bijvoorbeeld door mondiale monopolies te breken of door de samenleving een stem te geven aan de bestuurstafel van sleutelbedrijven zoals Shell, Unilever of Albert Heijn via maatschappelijke adviesraden of stakeholderboards.
3. Van vrije markten naar een overheid met een plan
Ons pleidooi voor gemeenschapsbestuur betekent niet dat we een kleine overheid willen. Een sterke samenleving vereist juist een sterke overheid. Dit zien we duidelijk in onze steden en dorpen. Daar waar de overheid ruimhartig voorzieningen biedt, zien we de meest weerbare en assertieve gemeenschappen. Die overtuiging is niet nieuw. Tot diep in de vorige eeuw voerde de overheid grootschalige hervormingen uit waardoor de samenleving opbloeide. Zoals econoom Mariana Mazzucato aantoont, ging de overheid ook vooraf aan vrijwel iedere belangrijke maatschappelijke innovatie.
Gezien onze enorme maatschappelijke uitdagingen moet de overheid die zelfbewuste rol weer oppakken. De klimaatcrisis biedt geen ruimte voor gerommel in de marge. We hebben een zelfbewuste overheid nodig die expertise en slagkracht heeft. Hoe we dit institutioneel gaan bolwerken, is misschien wel dé politieke kernvraag voor de komende jaren.
Deze nieuwe rol vereist in ieder geval een totaal andere kijk op onze collectieve uitgaven. Wij onderschrijven de stelling van econoom Dirk Bezemer dat ook hier een paradigmawisseling nodig is. Er is meer dan genoeg geld om de problemen van onze tijd aan te pakken maar we moeten ons niet langer verschuilen achter oude economische dogma’s. We moeten doen wat nodig is.
4. Van financialisering naar het beschermen van waarde
Wat gebeurt er concreet als we gaan bouwen aan de welzijnseconomie? Allereerst betekent het dat we de verregaande financialisering van onze samenleving terugdraaien. Momenteel zijn vrijwel alle domeinen van de samenleving ingericht volgens een kapitalistische logica, zodat commerciële partijen er geld aan kunnen onttrekken. Het lijkt normaal dat onze woningen worden gebruikt als beleggingsobject, dat kinderopvangorganisaties winst maken, dat mensen worden omschreven als human capital en dat de natuur vooral een wingewest voor grondstoffen is.
Maar dit is niet normaal. Gelukkig dringt dat besef door, ook bij politici. We zien stadsbesturen die winkelcentra opkopen en zonder winstoogmerk beschikbaar stellen aan bewoners, we zien gemeenten die hun receptionistes en schoonmakers niet meer inhuren via een uitzendbureau maar gewoon in dienst nemen en we zien overheden die bewust inkopen bij lokale coöperaties die hun inkomsten delen. Niet omdat het direct geld oplevert maar omdat het waarde creëert voor de samenleving.
Deze initiatieven zijn pas het begin. Trekken we dit door dan definancialiseren we al onze essentiële voorzieningen, zoals de kinderopvang, thuiszorg, openbaar vervoer, energievoorzieningen en postbezorging en brengen deze in gemeenschapshanden. Ook in de productie en levering van essentiële goederen, zoals voedsel of medicijnen, kan de overheid de financialisering terugdringen. Bijvoorbeeld door - in de woorden van David Djaïz - als een sluiswachter lokale voedselproducenten te beschermen tegen internationale concurrentie en kapitaalstromen, zodat zij kunnen bouwen aan circulaire gemeenschapsproductie.
Het lijkt normaal dat onze woningen worden gebruikt als beleggingsobject, dat kinderopvangorganisaties winst maken. Maar dit is niet normaal
Naast de-financialisering, betekent het beschermen van waarde ook het actief bestrijden van activiteiten die enkel waarde onttrekken. Alle bedrijven zullen moeten rapporteren over de negatieve effecten van hun activiteiten voor mens en milieu. Via een social audit systeem, zoals voorgesteld door Rutger Claassen, kunnen bedrijven bijvoorbeeld financieel worden beloond of bestraft voor hun maatschappelijke bijdrage. Gezien de klimaatcrisis moeten we zeker ook overwegen of we ernstig tekortschietende bedrijven niet moeten weren uit onze samenleving, uiteraard met ruimhartige steun voor de betrokken werknemers.
Ook in de financiële sector willen we het onttrekken van waarde bestrijden. Bijvoorbeeld door belastingontwijking aan te pakken, door nutteloos geschuif met geld te belasten of met extra groene criteria voor kredietverstrekking zodat vervuilende bedrijven lastiger kunnen lenen. Ook de extractie van fossiele brandstoffen kunnen we versneld terugschroeven door financiering van nieuwe activiteiten aan banden te leggen of fossiele beleggingen van pensioenfondsen versneld af te bouwen.
5. Van alleen compensatie naar een eerlijke verdeling vooraf
De focus die de welzijnseconomie legt op echte waarde, leidt ook tot een andere verdeling van onze welvaart. We kijken nu nauwelijks op als een CEO 283 keer meer verdient dan de eigen werknemers. Of als vermogenden slapend rijk worden met het onbelast uitmelken van huurpanden. Zo ver is onze welvaartsverdeling uit het lood geslagen. We zien dit vooral terug in de vermogensongelijkheid, waar de tien procent rijkste Nederlanders de helft van alle welvaart bezit. Maar ook de inkomensongelijkheid stijgt al jaren. Deze wordt alleen enigszins gecompenseerd door een enorme herverdelingsmachine: zestig procent van de gezinnen in Nederland ontvangt een toeslag als aanvulling op het te lage inkomen.
Dat is bizar. In de welzijnseconomie is zo’n toeslagenstelsel overbodig. Daarin wordt de welvaart aan de voorkant eerlijk verdeeld en hoeven we veel minder achteraf te corrigeren. Hierbij is de verhoging van het minimumloon cruciaal, zodat werk altijd loont.
Maar meer welvaart is niet ons einddoel. Het gaat om welzijn. Een eerlijke verdeling vooraf betekent vooral dat iedereen toegang heeft tot de voor hen essentiële goederen en diensten. Het gaat niet om koopkracht, maar om welzijnskoopkracht. Meer nog dan hogere individuele inkomens, willen we dat iedereen zo goed als gratis toegang krijgt tot universele publieke voorzieningen en goederen. Welke voorzieningen dit precies zijn, kan uitkomst zijn van maatschappelijk debat. De kinderopvang ligt voor de hand maar ook de openbare bibliotheek of het openbaar vervoer zijn logische opties.
Kapitaal moet zwaarder worden belast dan werk, vooral waar het gaat om inkomsten uit financiële beleggingen, woningverhuur of erfenissen
Een focus op echte waarde verandert ook de kijk op ons uitkeringsbeleid. Wij willen de honderdduizenden mensen die geen werk kunnen vinden niet afschepen met een uitkering maar hen een fatsoenlijk betaalde baan garanderen in de publieke of coöperatieve sector. Dit vereist een enorme verschuiving maar er is genoeg werk te doen. Coöperaties staan te springen om mensen en een derde van de werkenden zal vanwege de vergrijzing binnen afzienbare tijd in de zorg moeten werken.
De eerlijke verdeling aan de voorkant kan niet geheel zonder veranderingen aan de achterkant. Het is alleen te betalen als onze collectieve welvaart eerlijker wordt verdeeld en als ons belastingstelsel kapitaal niet meer voortrekt en subsidieert. Kapitaal moet zwaarder worden belast dan werk, vooral waar het gaat om inkomsten uit financiële beleggingen, woningverhuur of erfenissen. We waarderen wat echt van waarde is.
Samen werken aan een nieuw verhaal
Met dit betoog, gebaseerd op vijf pijlers, geven wij een eerste aanzet om ons economische verhaal te verstevigen. Het is bedoeld om ons denken als partij en beweging aan te scherpen. Dit is dus ook een oproep om mee te denken en mee te discussiëren over het gezamenlijke verhaal van GroenLinks. De komende maanden gaan we aan de slag om dit verhaal verder uit te werken tot een manifest en zullen wij het gesprek opzoeken. Kijk op de overzichtspagina voor meer informatie.
Altijd de nieuwste artikelen lezen? Als vriend van Wetenschappelijk Bureau GroenLinks ontvang je 4x per jaar de Helling per post. Ook heb je bij elke nieuwe editie direct toegang tot alle Helling-artikelen op onze website.
De Helling draagt bij aan verdieping en politieke visievorming binnen GroenLinks. Met jouw vriendschap steun je het werk van het tijdschrift en Wetenschappelijk Bureau GroenLinks.