Overslaan en naar de inhoud gaan
verwerkt
Uit

De relatie tussen kiezers en partijen is in de laatste decennia radicaal veranderd. Waar in de jaren zestig mensen standaard op ‘hun’ partij stemden, maken kiezers nu bij iedere verkiezing een nieuwe afweging.

Leestijd:
3 minuten
Afbeelding
xds

De bomen en het bos

Die wisseling tussen partijen verloopt overigens wel in gestructureerde patronen, zoals onderzoek van politicoloog Tom van der Meer en collega’s laat zien: mensen twijfelen tussen linkse partijen als PvdA, GL en de SP, of tussen rechtse partijen als CDA, VVD en PVV. Het grensverkeer daartussen is beperkt.

De SP en de PVV wisselen kiezers uit, en D66 kan zowel uit het linker- als het rechterblok kiezers winnen. De uiteindelijke keuze kan afhangen van verkiezingsthema’s, leiders en de kansen op kabinetsdeelname.

Dit roept de vraag op of we onze politieke instituties niet moeten aanpassen aan deze grilligheid van de kiezers. In een recent onderzoek vroegen politicoloog Victor Ellenbroek en collega’s een grote groep kiezers om hun ideale parlement samen te stellen.

Slechts één op de tien gaf een meerderheid aan één bepaalde partij; de rest verdeelde de zetels, zelfs over partijen waar ze ver vanaf staan: PVV’ers gaven zetels aan GroenLinks, en vice versa.

Het op deze manier samengestelde parlement vertegenwoordigde de voorkeuren van kiezers beter, zowel op de economische dimensie (de rol van de overheid,  herverdeling) als op de culturele (de tegenstelling op immigratie, integratie en identiteit): kiezers hoefden zich niet meer te beperken tot één partij.

Op deze manier konden ze bijvoorbeeld uiting geven aan zowel heel linkse opvattingen over de economie als minder progressieve opvattingen over migratie.

Moeten we onze politieke instituties niet aanpassen aan de grilligheid van de keizers?

Alhoewel het misschien wat bewerkelijk is om iedere kiezer 150 stemmen te geven, zijn er landen (Luxemburg, Honduras en El Salvador) waar kiezers wel meerdere stemmen krijgen. Zo mogen Luxemburgers gemiddeld achttien stemmen ofwel verdelen onder verschillende partijen, of aan één partij geven.

Zo’n stelsel van meerstemmigheid sluit goed aan bij de huidige lossere relatie tussen kiezers en partij, en zorgt voor betere vertegenwoordiging – toch immers het hoofddoel van een democratie.

Altijd de nieuwste artikelen lezen? Als vriend van Wetenschappelijk Bureau GroenLinks ontvang je 4x per jaar de Helling per post. Ook heb je bij elke nieuwe editie direct toegang tot alle Helling-artikelen op onze website.

De Helling draagt bij aan verdieping en politieke visievorming binnen GroenLinks. Met jouw vriendschap steun je het werk van het tijdschrift en Wetenschappelijk Bureau GroenLinks.

Verder lezen

  • Ellenbroek, V., Meijers, M. J., & Krouwel, A. (2019). Beyond the dichotomous vote: Can expressive ballots increase ideological congruence and decrease parliamentary polarization?. Government and Opposition, 1-19.
  • Van der Meer, T. W., Van Elsas, E., Lubbe, R., & Van der Brug, W. (2015). Are volatile voters erratic, whimsical or seriously picky? A panel study of 58 waves into the nature of electoral volatility (The Netherlands 2006–2010). Party politics, 21(1), 100-114.
Bron
    MeerstemmigheidDeel|Wordt vriend